Mobiliteitsbudget voor KMO's: verplichtingen 2027-2028
Tot vandaag is het mobiliteitsbudget een mogelijkheid voor werkgevers, geen verplichting. Dat verandert in 2027 en 2028. In deze gids lees je exact welke KMO's straks verplicht het mobiliteitsbudget moeten aanbieden, hoe de drempel van 50 respectievelijk 15 werknemers wordt geteld, en welke voorbereidende stappen je nu al kan zetten om zonder paniek bij 1 januari 2027 klaar te staan.
Belangrijk voorbehoud
De uitbreiding naar KMO's zit op dit moment (april 2026) nog in ontwerp-wetgeving. De data en drempels in deze gids zijn gebaseerd op de meest recente regeringsteksten. Volg de officiële publicatie in het Belgisch Staatsblad voor de finale versie. Wij updaten deze gids zodra de wet gepubliceerd is.
Waarom deze verplichting?
Het mobiliteitsbudget bestaat sinds 2019, maar de adoptie blijft achter: volgens cijfers van de FOD werkten in 2024 nog geen 30.000 werknemers via het budget, tegenover honderdduizenden bedrijfswagens. De federale regering wil via de verplichting de doorstroom versnellen, vooral richting 100% elektrisch rijden en duurzame modi zoals fiets en openbaar vervoer. Voor KMO's die vandaag nog met klassieke bedrijfswagens werken, betekent dit: je krijgt twee jaar voorbereidingstijd, en die tik je beter nuttig aan.
Bijkomend element: de aftrekbaarheid van benzine- en dieselwagens wordt verder afgebouwd in 2027. De combinatie van "verplichting om mobiliteitsbudget aan te bieden" + "duurdere klassieke wagens" duwt veel KMO's naar een volledige herdenking van hun mobiliteitsbeleid. Dit is dus niet enkel een administratieve oefening — het raakt je loonpakket-filosofie.
De twee fases op een rij
Werkgevers met ≥50 werknemers die bedrijfswagens aanbieden, moeten het mobiliteitsbudget aanbieden aan elke werknemer met (recht op) een bedrijfswagen.
Doelgroep: middelgrote bedrijven
Werkgevers met ≥15 werknemers die bedrijfswagens aanbieden, vallen onder dezelfde verplichting.
Doelgroep: KMO's, ook de kleinere
De drempel telt als "werknemers in België op 30 juni van het vorige kalenderjaar", gemeten in headcount, niet in VTE. Deeltijders tellen dus mee als 1. Zelfstandigen, uitzendkrachten en flexijobbers tellen niet mee. Voor een holding met meerdere Belgische vennootschappen wordt per vennootschap geteld, niet geconsolideerd — wat voor sommige groepen relevante planning kan betekenen.
Wat houdt "verplicht aanbieden" concreet in?
Het betekent niet dat je werknemers moeten overstappen. Het betekent dat je de keuze moet geven: wie vandaag recht heeft op een bedrijfswagen, moet een gelijkwaardig mobiliteitsbudget als alternatief krijgen. De werknemer kan de bedrijfswagen behouden, het mobiliteitsbudget nemen, of (in sommige formules) combineren.
- Je moet een TCO-berekening opstellen per wagen-categorie in je car policy.
- Je moet een pijler 2-catalogus opstellen: welke aanbieders en diensten zijn toegelaten (fietslease, OV, deelmobiliteit, huisvesting, …).
- Je moet een mobiliteitsbudget-provider of eigen beheer voorzien die de administratie loopt.
- Je moet communiceren met je werknemers zodat ze de keuze begrijpen.
Uitzonderingen en grensgevallen
- Geen bedrijfswagens in de onderneming? Dan geldt de verplichting niet. Biedt je ze aan slechts enkele directieleden, dan moet je alleen aan die groep het mobiliteitsbudget aanbieden.
- Seizoengebonden personeel. De headcount wordt op één referentiedatum gemeten. Bedrijven met sterk schommelende tewerkstelling kunnen net onder of boven de drempel vallen — laat je dit jaar nog door je sociaal secretariaat berekenen.
- Internationale structuren. Enkel Belgische werknemers tellen. Een Brits hoofdkantoor met 80 werknemers waarvan 12 in België valt in fase 2 (2028), niet fase 1.
- 36-maanden-regel. De bestaande regel dat een werkgever minstens 36 maanden bedrijfswagens moet aangeboden hebben, blijft van kracht. Een net opgestarte KMO wordt dus niet op dag 1 verplicht.
Stappenplan voor KMO's vandaag (april 2026)
Q2 2026 — Scopebepaling
- Tel je werknemers op 30/06/2026. Val je boven 50 (fase 1) of tussen 15 en 49 (fase 2)?
- Breng je wagenpark in kaart: welke wagens, welke categorieen, welke TCO per wagen.
- Inventariseer wie er vandaag "recht op bedrijfswagen" heeft volgens je car policy.
Q3 2026 — Ontwerp car policy 2.0
- Bepaal per wagen-categorie het budget-equivalent (TCO-tabel).
- Stel de pijler 2-catalogus op: welke aanbieders, welke categorieen, welke plafonds per categorie.
- Kies een mobiliteitsbudget-provider (Olympus, Mbrella, Skipr, Payflip, MBE, …) of beslis voor in-house beheer.
- Stem af met je sociaal secretariaat over de payroll-impact.
Q4 2026 — Pilot
- Laat vrijwilligers (bijvoorbeeld nieuwe aanwervingen) vanaf oktober al het mobiliteitsbudget kiezen.
- Verzamel feedback: welke pijler 2-opties zijn populair? Welke administratieve pijnpunten?
- Verfijn de communicatie-materialen.
Q1 2027 — Go-live (voor fase 1)
- Organiseer een info-sessie voor alle werknemers met recht op bedrijfswagen.
- Werk met keuzeformulieren: wagen behouden, mobiliteitsbudget, of hybride.
- Laat werknemers twijfelen — geef minstens 4 weken bedenktijd. Linken naar onze simulator helpt ze zelf berekenen.
Kostenimpact voor de werkgever
Een veelgehoorde zorg: "is dit duurder voor ons?" Het korte antwoord is neutraal. Het mobiliteitsbudget is per definitie gelijk aan de TCO van de bedrijfswagen, dus de werkgeverskost blijft gelijk. Wat wél verandert:
- Je solidariteitsbijdrage (CO2-taks) daalt op pijler 2-uitgaven.
- Je administratieve kost stijgt licht door de complexere loonverwerking.
- Je fleet-kost kan dalen als veel werknemers kleinere EV of geen wagen kiezen.
- Je employer branding wint: duurzame mobiliteit is een zichtbare aantrekkingsfactor voor jong talent.
Valkuilen om nu al te vermijden
- Wachten tot december 2026. De markt voor providers en EV-leveringstijden is nu al krap. Laatkomers betalen premium of vinden geen capaciteit.
- Alleen een technische roll-out doen. Communicatie en opleiding voor werknemers is even belangrijk. Zonder duidelijke uitleg kiest niemand over te stappen.
- De pijler 2-catalogus te smal maken. Als je enkel fietslease toelaat, bied je feitelijk geen alternatief aan pendelaars die verder wonen. Houd de catalogus ruim.
- Geen TCO-transparantie. Elke werknemer heeft recht op de TCO-cijfers. Weiger dat niet — het is een juridisch recht en komt anders terug als klacht.
Wat als je onder de 15 werknemers blijft?
Dan val je vandaag niet onder de verplichting. Maar dat wil niet zeggen dat je het niet kan aanbieden — het mobiliteitsbudget is vrijwillig voor iedereen die bedrijfswagens aanbiedt. Voor kleine KMO's is het vaak een goedkoop retentie-voordeel: je werknemers kunnen fiets, OV of huisvesting via hun budget betalen, terwijl jij als werkgever dezelfde TCO draagt. Lees meer over combinaties in cumul met fietslease en cafetariaplan.
Wat verandert er nog in 2027 en 2028?
- De aftrekbaarheid van benzine/diesel daalt verder (afhankelijk van aanschafdatum).
- Het aanbod aan EV-modellen in elke segment verbreedt, waardoor pijler 1 toegankelijker wordt ook voor lagere salarissen.
- Mobiliteitsbudget-providers zullen hun platform vereenvoudigen om de nieuwe stroom KMO's op te vangen.
- De solidariteitsbijdrage voor fossiele wagens stijgt, wat hun netto-kost verhoogt — en mobiliteitsbudget aantrekkelijker maakt.
Veelgestelde vragen door werkgevers
Tellen bestuurders en zelfstandige samenwerkingen mee voor de drempel?
Zelfstandige bestuurders en freelancers tellen niet mee in de headcount voor de drempel van 15 of 50 werknemers. Wel tellen zij mee als je hen een bedrijfswagen geeft: ook voor zelfstandige bestuurders met een bedrijfswagen moet je straks een gelijkwaardig mobiliteitsbudget kunnen aanbieden. Ze zijn niet verplicht over te stappen, maar je moet hen wel de keuze bieden.
Kan ik de wagens eerst volledig elektrificeren en dan pas het budget invoeren?
Ja, maar de volgorde matters. Als je een all-EV wagenpark bouwt en pas daarna het mobiliteitsbudget invoert, krijg je meer consistente TCO-berekeningen (EV's hebben voorspelbaardere kostenstructuren) en minder "rommel" in de overgang. Veel KMO's volgen dit pad: 2026 elektrificatie afronden, 2027 budget-invoering starten. Belangrijk: voor de deadline van fase 1 (01-01-2027) moeten beide sporen klaar zijn.
Welke mobiliteitsbudget-providers passen bij mijn schaal?
Voor een KMO met 15-50 werknemers zijn Olympus Mobility, Mbrella, Skipr en Payflip de meest gangbare platforms. Ze leveren alle vier een app, een mobility-kaart en een administratieve flow. De keuze hangt af van integratie met je payroll (SD Worx, Acerta, Securex, Partena) en van de catalogus-breedte die je wil aanbieden. Vraag steeds een offerte op basis van concrete werknemersaantallen; de prijzen zijn meestal per user per maand.
Wat als een werknemer weigert te kiezen?
Je mag werknemers niet dwingen naar mobiliteitsbudget. Als iemand blijft aangeven zijn bedrijfswagen te willen behouden, behoudt hij die. De verplichting ligt bij jou om de keuze aan te bieden, niet bij de werknemer om ze te accepteren. Niet-reageren op je keuzeformulier binnen de gestelde termijn wordt meestal geïnterpreteerd als "status quo behouden".
Hoe communiceer ik dit het beste?
Best practices uit KMO's die het al hebben uitgerold: (1) start met een algemene info-sessie voor alle werknemers, niet alleen met recht op wagen — dit voorkomt jaloezie en vragen; (2) bied individuele gesprekken van 20 minuten met HR of een externe adviseur; (3) deel tools zoals onze simulator waarmee iedereen zelf zijn situatie kan berekenen; (4) geef minstens 6 weken bedenktijd voor de definitieve keuze.
Wat met bestuurders boven het plafond van €17.244?
Ook voor directieleden met hogere wagen-TCO geldt het jaarlijkse plafond van €17.244 (2026 geïndexeerd bedrag) en het 20%-bruto-salaris-plafond. Een bestuurder met een TCO van €22.000 krijgt dus maximaal €17.244 als mobiliteitsbudget — de €4.756 verschil kan op andere manieren worden gecompenseerd, bv. via een aangepaste variabele vergoeding of een tweede wagencategorie. Stem dit af met je sociaal secretariaat.
Wil je dit voor jouw organisatie doorrekenen?
Deel de simulator en checker met je HR of werknemers. Zo weet iedereen vooraf welke keuze voor hem of haar optimaal is.